Begrafenis van de sardine

Ik zit op de Plaza Mayor van Madrid. De zon schijnt en het is warm. Enkele vrouwen achter mij zijn totaal in het zwart gekleed. Ik geloof dat ze in de rouw zijn, maar schijn bedriegt. Ze lachen, dansen, praten op ironische wijze. Ik zoek een moment waarop ik hun aandacht kan trekken. Doordat ik met zo’n intensiteit naar de vrouwen kijk, draait één van hen zich om en komt naar me toe. “Zijn jullie niet in de rouw?”, durf ik te vragen. Ze schatert het uit. “Wel, mijn kind, vandaag is Aswoensdag! We gaan de Begrafenis van de Sardine vieren.”

Geschiedenis van een merkwaardige Spaanse traditie

De vrolijke en goedlachse vrouw heet Celeste en lijkt een beetje op één van de figuren in het schilderij van Goya dat ik net in het Real Academia de Bellas Artes hier in Madrid heb gezien. Celeste draagt een masker, huppelt rond over het plein en zingt uit volle borst. Ze is nieuwsgierig, wil alles weten en is bovendien erg intelligent. Ze legt me uit dat de Begrafenis van de sardine wordt gevierd op Aswoensdag om het einde van het Carnaval aan te kondigen. Het is een traditie die al lang bestaat. Al in de 19de eeuw, toen Goya het stuk ‘De Begrafenis van de sardine’ schilderde, was er een soortgelijke ceremonie. Vandaag de dag wordt de stoet die staat uitgebeeld op het schilderij georganiseerd door de groep die ‘La Alegre Cofradía del Entierro de la Sardina’ (De vrolijke broederschap van de Begrafenis van de Sardine) heet. Er wordt gezegd dat deze groep haar wortels heeft in de 18de eeuw.

Legendes over de Begrafenis van de sardine

In die eeuw leefde koning Carlos III. Een verhaal vertelt ons dat de koning op een hete dag ging picknicken in het buiten. Door de hitte begonnen de sardines te stinken. De mensen die op de picknick waren, wilden zich ontdoen van de niet te versmaden geur. Daarom begroeven ze de vissen en eindigden zo zonder gratis eten, wat hen aan het huilen maakte. Celeste gniffelt en fluistert me toe: “Dat is één van de verhalen die vertelt hoe de traditie van de Begrafenis van de Sardine geboren werd, de andere is zelfs nog absurder”. In het begin ging het bij de Begrafenis van een Sardine niet om het begraven van een sardine, maar om een varkensbot om de Vastentijd te introduceren. De Vastentijd is een periode waarin vlees eten verboden is. Om die reden zou ‘De Begrafenis van de Varkenskarbonade’ logischer zijn, alleen werd deze karbonade ‘sardina’ genoemd. En daar komt de uiteindelijke verwarring vandaan.

De reinigende vis

Celeste neemt me mee naar de groep mannen en vrouwen die deelnemen aan de stoet. Ze maken al veel lawaai, met hun fluitjes, bellen en tamboerijnen. Een paar mannen dragen een grafkist waarin zich de dode sardine bevindt. Een andere man draagt een beeld van de vis. De vrouwen beginnen te huilen. De stoet zal op het Plaza Mayor beginnen en dan de hele stad doorkuisen om te eindigen in de Casa de Campo, aan de andere kant van Madrid. Daar zullen ze de vis begraven en met hem de slechte gebruiken en gewoontes als start voor periode van puurheid en reflectie.