Hoe de puck in Nederland geraakte

Nu de lente weer in de lucht zit en het buiten steeds groener wordt, mogen we ook onze klaverbladgroene kleding weer uit de kast halen voor het Ierse St. Patrick’s Day op 17 maart. Een mooi moment om een straaltje zonlicht te laten schijnen op een Iers leenwoord: de puck.

Puck is uit

De mannen van het Haagse GAA, titelverdedigers van het Europese Hurling Kampioenschap, zijn klaar voor het nieuwe seizoen. Hun hurleys glimmen en hun sliotar is weer van het juiste gewicht. Bij hun eerste training staan er een 20-tal ijshockeyers aan de kant. Ze horen termen als ‘puck-out’ en ‘free puck‘. Ze zoeken naar hun bal, de puck. Maar de puck, die is hier niet.

‘Pucken’

Volgens de Oxford English Dictionary zou het goed kunnen dat het woord puck uit de Ierse taal komt. In de Ierse veldsport hurling, een sport die in de verte wel wat wegheeft van hockey, wordt het zelfstandig naamwoord puck van het Ierse poc gebruikt om aan te geven dat je een slag tegen de bal geeft of deze schuift. Het werkwoord puck betekent slaan of raken. In de 19e eeuw trokken veel Ieren naar Canada, zo meldt Wikipedia. Het zou zomaar kunnen zijn dat deze Ierse immigranten het woord hebben meegenomen naar dit land waar het moderne ijshockey en de hockey-puck werd uitgevonden. Vanuit Canada, waar ijshockey uitgroeide volkssport nummer 1, sloeg deze sport en de bijbehorende puck als een ware rage over naar  andere delen van de wereld en zo kwamen zij ook terecht in Nederland.

Niet puck, maar sliotar

Desalniettemin, wie zoekt naar een puck op het hurlingveld komt bedrogen uit. Bij de Ierse sport hurling heet een bal een sliotar.